Kerncijfers: wat is het verhaal achter de stijgers en dalers?

 

Het jaarverslag is uit, de jaarrekening opgesteld. Wat kunnen we nu precies afleiden uit de cijfers? Voor leken is het lastig om snel de cijfers op de juiste wijze te interpreteren. En eerlijk is eerlijk, zelfs als ik met Margreet Verhoef, de voorzitter van de beleggingsadviescommissie aan tafel zit om de cijfers door te nemen, moeten we voorzichtig zijn met al te vlotte conclusies. Niet alles is wat het lijkt. Maar een getal maakt ons altijd in een oogopslag duidelijk hoe het fonds ervoor staat: dat is de dekkingsgraad. Die stond eind van het jaar op 111,5%.

De dekkingsgraad daalt met 10 procentpunten

Graadmeter voor de gezondheid van een pensioenfonds is de dekkingsgraad. De dekkingsgraad laat de verhouding zien tussen het vermogen en de verplichtingen van het fonds. Bij SPE stond deze vorig jaar nog op 121,5%. Dit jaar is de dekkingsgraad met bijna 10 procentpunten gedaald. Dat is een forse daling, die we overigens in het hele land zien. Sinds 2015 hanteert DNB een extra dekkingsgraad, de beleidsdekkingsgraad. Deze dekkingsgraad neemt het gemiddelde over de afgelopen 12 maanden als uitgangspunt waardoor er een vertragingseffect in zit. Dat heeft ons behoed voor een reservetekort per eind 2015. De beleidsdekkingsgraad van SPE moet van DNB minimaal 113,3% zijn. Eind december was de beleidsdekkingsgraad 115,4%; deze is in de loop van het jaar steeds dichter bij de kritieke grens gekomen. 

Beleggingsrendement daalt van +33,4% naar -1,8%

Het rendement op zich zegt niet zoveel. Het gaat altijd om de verhouding met de verplichtingen. We kunnen pas spreken van een goed rendement als het de stijging van de verplichtingen bijhoudt of overtreft. Het rendement was in 2015 niet goed genoeg. De rente is over 2015 licht gestegen. Daarmee zijn de beleggingen in obligaties en renteswaps in waarde gedaald. Ook hadden beleggingen in grondstoffen een negatief rendement. Het positieve rendement op aandelen kon dat niet teniet doen. In 2015 speelde nog een ander element. DNB heeft wijzingen doorgevoerd die van invloed zijn op de dekkingsgraad. De officiële DNB-rente wordt vanaf 2015 op een andere manier vastgesteld en komt lager uit. Daarmee zijn de verplichtingen groter geworden. Tegelijk was de marktrente wat hoger waardoor de een deel van de beleggingen in waarde daalde. Het stijgen van de verplichtingen is een van de factoren die heeft bijgedragen aan een daling van het eigen vermogen met ruim 46 miljoen euro.

Verder zien we een daling van de premieopbouw en stijging van de kosten

Wat zien we nog meer in het jaarverslag? We zien dit jaar hoge kosten per deelnemer. En verder valt op de dat de feitelijke premie daalt. De kosten per deelnemer zien we stijgen van 424 euro in 2014 naar 484 euro in 2015. Die toename is van tijdelijke aard. Het onderzoek naar het oprichten van een APF heeft hoge kosten met zich meegebracht, maar liefst 129 euro per deelnemer. De kosten zullen volgend jaar naar verwachting dan ook substantieel lager liggen. Als we kijken naar de premies zien we dat de kostendekkende premie, de premie die het fonds nodig heeft, hoger is dan de feitelijke premie, de premie die werkgever en werknemer gezamenlijk betalen. Het verschil is meer dan twee miljoen; een ongewenste ontwikkeling. Het teruglopen van de feitelijke premie komt deels door een steeds kleiner aantal deelnemers en deels doordat over de inkomsten boven een ton sinds 2015 geen pensioen meer wordt opgebouwd. Toch hoeven we ons nog geen zorgen te maken want de marge tussen de kostendekkende en feitelijke premie valt nog wel binnen acceptabele grenzen.

Wat brengt de toekomst?

Al met al kijken we terug op een roerig jaar. Wat brengt de toekomst ons? De premie-inkomsten zullen naar verwachting niet verder dalen. De kosten nemen in 2016 waarschijnlijk af. Maar het zal toch een pittig jaar worden. Het programma van de ECB waardoor de rente laag staat, duurt in ieder geval nog tot volgend jaar maart. De situatie op de financiële markten is niet verbeterd en de rente zakt steeds verder weg. Ook een aantal politieke ontwikkelingen is zorgelijk. Het vluchtelingenvraagstuk, Brexit, conflictgebieden aan de randen van Europa om er een paar te noemen. Het is onzeker of onze beleggingsportefeuille dit soort markteffecten kan compenseren. We kunnen geen portefeuille samenstellen door alleen naar het komende jaar te kijken. Beleggen vergt een langetermijnaanpak. Met investment beliefs geven we vorm aan ons beleggingsbeleid. Daarover volgende week meer in de blog van Margreet Verhoef.

 

Comments are closed.